Bedekkingsveranderlijken
Deze groep veranderlijke sterren wordt onderverdeeld in vier verschillende typen:
a) Algolsterren.
b) Bèta Lyrae-sterren.
c) W Ursae Majoris-sterren.
d) Röntgen-dubbelsterren.
Algolsterren zijn genoemd naar de ster Algol in het sterrenbeeld Perseus. Meer dan de helft van alle bedekkingsveranderlijke sterren zijn Algol-sterren. Het zijn dubbelsterren, die bestaat uit een kleine heldere ster, en een grote zwakkere. Net als Algol zelf. Beide sterren zijn bolvormig. Gemiddeld hebben ze drie dagen nodig om één keer om elkaar heen te draaien. Maar er zijn ook enkele sterren van dit type die een veel langere omloopstijd hebben. De periode van Algol is 2,87 dagen.
Dat is bijna 70 uur. In die tijd wisselt de helderheid van magnitude 2,3 tot 3,5. De lichtwisseling ontstaat doordat de twee sterren elkaar telkens bedekken.
De grote helderheidsafname van Algol ontstaat als de heldere ster bedekt wordt door de zwakke. We noemen dit het primaire (eerste) minimum. Het secundaire (tweede) minimum is veel kleiner. Bij het secundaire minimum wordt de zwakke ster door de heldere bedekt. De helderheidsafname is nu gering. Bij Algol nog niet 0,1 magnitude. De periode van dit soort bedekkingsveranderlijke sterren is de tijd van primair minimum tot het eerstvolgende primaire minimum.
Bèta Lyrae-sterren zijn genoemd naar de ster Bèta (b) in het sterrenbeeld Lier. Lyra is de Latijnse naam van dit sterrenbeeld.
Ook bij b Lyrae-sterren verandert de helderheid doordat de twee sterren elkaar regelmatig bedekken. Maar hier zijn de twee afzonderlijke sterren niet bolvormig. Ze zijn wat afgeplat. Dat komt door de sterke aantrekkingskracht tussen de beide sterren. Hierdoor komen er ook gasstromen tussen beide sterren voor. De sterren zijn ook niet even groot. Ze staan erg dicht bij elkaar, zodat ze een korte omloopstijd hebben. Gemiddeld 1« dag. De helderheids schommeling bedraagt niet meer dan twee magnituden.
W Ursae Majoris-sterren zijn genoemd naar de ster W in het sterrenbeeld Grote Beer. Ursa Major is de Latijnse naam van dit sterrenbeeld. Bij W Ursae Majoris-sterren staan de afzonderlijke sterren nóg dichter bij elkaar dan bij een Bèta Lyrae-ster. En net als bij b Lyrae-sterren komen ook hier gasstromen tussen de twee sterren voor. Ook zijn beide sterren afgeplat. Maar bij W Ursae Majoris-sterren zijn de sterren even groot en even helder. De amplitude bedraagt slechts 0,8 magnituden. De amplitude is het verschil tussen grootste en kleinste helderheid. Doordat de komponenten van een W Ursae Majorisster zo dicht bij elkaar staan, draaien ze ook in zeer korte tijd om elkaar heen. De omlooptijd is nooit langer dan één dag! Bij bedekkingsveranderlijke sterren zijn de bedekkingen natuurlijk niet altijd volledig. Er kunnen ook gedeelte lijke verduisteringen voor komen. Dat is uit de lichtkromme af te leiden.
Röntgen-dubbelsterren vormen eigenlijk een aparte groep.
Het bijzondere van deze bedekkingsveranderlijken is, dat we er röntgenstraling van ontvangen. Dat is erg krachtige straling.
De hoofdster van een röntgen-dubbelster is meestal een blauwe superreus. Zo'n ster is erg heet en bijzonder groot en zwaar. De begeleider is bijna altijd een neutronenster. Die begeleider kunnen we vanaf de aarde niet zien. Trouwens, eclips-dubbelsterren zien we geen van alle gescheiden. Daar voor staan de komponenten te dicht bij elkaar.
Neutronensterren zijn ontzettend klein. De middellijn is ongeveer twintig kilometer! Ja, dit lees je echt goed. Toch zijn ze vaak twee of drie keer zo zwaar als onze zon! Eén kubieke centimeter van zo'n ster zou op aarde meer wegen dan alle mensen bij elkaar! Neutronensterren hebben dan ook een zeer grote aantrekkingskracht. Vooral op kleine afstanden.
De blauwe superreus kan de allerbuitenste lagen gas niet goed bij zich houden. Dat gas verdwijnt voor een deel in de ruimte. Een ander deel wordt naar de neutronenster toe getrokken. De snelheid van dit gas wordt steeds groter door de grote aantrekkingskracht van de neutronenster. Ook de temperatuur stijgt. Op het laatst is het gas zó heet, dat het röntgenstraling gaat uitzenden.
Natuurlijk draaien ook bij een röntgen-dubbelster de twee sterren om elkaar heen. Als de neutronenster achter de blauwe superreus verdwijnt, kan de röntgenstraling ons niet bereiken. De blauwe superreus houdt deze straling dan tegen.
Röntgenstraling kan vanaf het aardoppervlak niet worden waargenomen. Deze straling wordt door de dampkring tegen gehouden. Er zijn wel speciale kunstmanen in een baan om de aarde gebracht die röntgenstraling kunnen waarnemen.