Coelostaat
Instrument, waarmee de dagelijkse beweging van de sterren wordt gevolgd.
Voor het onderzoek van de sterren zijn vaak grote, zware instrumenten nodig. Het is niet altijd mogelijk zo’n instrument achter een beweegbare kijker vast te maken.
Daar is het vaak veel te zwaar voor. Kijker en instrument moeten onbeweeglijk kunnen blijven staan. Een coelostaat zorgt er voor, dat het licht van de ster toch altijd in de kijker terecht komt.
Een coelostaat bestaat uit twee spiegels. Eén ervan kan draaien. Die volgt de beweging van de ster. De andere spiegel kaatst het sterlicht in de richting van de stilstaande kijker.
Er bestaan ook instrumenten, speciaal om de beweging van de zon te volgen. Zo’n instrument wordt een heliostaat genoemd.
Hierin zit het griekse woord helios, wat zon betekent. Een van de spiegels draait met een snelheid van 1 omwenteling van 24 uur. Deze spiegel is zo opgesteld dat een tweede spiegel altijd het zonlicht opvangt en terugkaatst naar een lens. De lens zorgt er dan voor, dat het zonlicht wordt samen gebracht in één punt, het brandpunt. Na aankomst in dit brand punt gaat het zonlicht weer uit elkaar en wordt op een scherm geworpen. Alleen als er nog een tweede lens in het systeem wordt opgenomen is de zonsbol op het scherm vele malen groter dan het gevormde beeld nabij het brandpunt.
De meeste heliostaat-spiegelsystemen zijn opgesteld op grote torens, om een zo lang mogelijke telescooplengte te krijgen.
Het beeld na het brandpunt is dan groter en het beeld heeft minder last van luchtonrust. Aan de andere kant van de telescoop kan met allerlei instrumenten het zonlicht worden onderzocht. Het meest bekende apparaat hierbij is een zoge naamde spectrograaf, die enkele driehoekige geslepen glas stukken of prisma’s bevat.
Met een spectrograaf kan het zonlicht worden ontleed in allerlei kleuren. De band die we zo krijgen heet een spectrum.
In een dergelijk spectrum vinden we lijnen, de zogenaamde spectraallijnen. Dit is als het ware de «streepjescode» van de zon. Zo kunnen een heleboel eigenschappen van het gas van de zon worden bepaald. Voor scherp zicht op deze lijnen is het van belang dat er niet te veel licht ongebruikt wordt gelaten bij het onderzoek van het spectrum. Bij prisma's die uit glas bestaan, wordt door verstrooiing en reflectie niet al het licht gebruikt. Daarom worden er bij grote zonne telescopen ook buigingsroosters gebruikt.
Voor het onderzoek van kleine stukken van het spectrum zijn nog speciale instrumenten, zoals interferometers in gebruik.