Nicolaus Copernicus

Nicolaus Copernicus
Nicolaus Copernicus (eigenlijk Niklas Koppernigk) was een Poolse geleerde en grondlegger van de moderne sterrenkunde.
Copernicus werd op 19 februari 1473 in Thorn (Polen) geboren.
Hij behoort tot de beroemdste sterrenkundigen die geleefd hebben. Hij studeerde vanaf 1491 wijsbegeerte en geneeskunde aan de universiteit van Krakau. Op 23-jarige leeftijd ging hij naar Italië waar hij aan de universiteit van Bologna astronomie, wiskunde en kerkelijk recht studeerde. Hij is vooral beroemd geworden doordat hij stelde, dat de zon en niet de aarde in het midden van het zonnestelsel staat.
Reeds tijdens zijn studie in Krakau kreeg hij belangstelling voor de sterrenkunde. Hij was een verwoed lezer en zijn groeiende kennis bracht hem tot nadenken over het wereld beeld. In de tijd van Copernicus dacht iedereen, dat alle planeten om de aarde heen bewogen. Ook de zon. De aarde zou in het middelpunt van het heelal staan. Dit wereldbeeld was in de tweede eeuw na Christus opgesteld door Claudius Ptolemaeus (87-150). Het wordt het geocentrische wereldbeeld genoemd.
Copernicus dacht er anders over. In oude boeken had hij gelezen over de ideeën van Aristarchus van Samos (ca 310 250 vóór Christus). Deze Griekse sterrenkundige dacht zo’n 1700 jaar eerder al, dat niet de aarde, maar de zon in het middelpunt van het heelal stond. Dat werd toen door niemand geloofd. Maar Copernicus werkte de ideeën van Aristarchus voor zichzelf verder uit. Hij is daar een groot deel van zijn leven mee bezig geweest. Uiteindelijk schreef hij alles op in een dik boek dat in 1530 in hoofdzaak gereed was. Dat boek heet De Revolutionibus Orbium Coelestium (over de omloop van de hemellichamen). In dit boek legde Copernicus uit, hoe volgens hem de planeten rond de zon bewegen. De aarde neemt in zijn wereldbeeld een minder belangrijke plaats in. Nu draait alles om de zon. Daarom heet dit wereldbeeld het heliocentrische wereldbeeld (helios is het Griekse woord voor zon).
Copernicus durfde zijn boek niet zo maar uit te geven. Zijn «wilde» ideeën zouden in die tijd helemaal niet op prijs gesteld worden. Iedereen die wat anders beweerde liep het risico grote moeilijkheden te krijgen. Niet in de laatste plaats met de kerkelijke overheid. Pas enkele jaren voor zijn dood wisten zijn vrienden Copernicus over te halen het boek te publiceren. De uitgever had echter uit vrees voor bezwaren van de zijde van de Kerk een gewijzigd voorwoord geschreven. Hierin liet hij het voorkomen dat Copernicus zijn theorieën slechts als stellingen bedoeld had. Pas kort na zijn dood op 24 mei 1543 in Frauenburg werd het boek gepubliceerd. Een onveranderde tweede druk werd te Basel in 1566 uitgegeven, een derde druk te Amsterdam in 1617.
Copernicus verrichtte ook astronomische waarnemingen. Zijn nauwkeurige bepaling van de omlooptijden van zon en maan hebben ook als grondslag gediend voor de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII.