Elektro-magnetisch spectrum
Wat voor kleur heeft het zonlicht? Geel zul je zeggen.
Inderdaad, de zon is een gele ster. Toch geeft de zon ook rood licht. En blauw, en groen. Het rode licht van de zon kun je vaak goed zien. Bijvoorbeeld bij zonsondergang en zonsopkomst. De andere kleuren zijn niet zo gemakkelijk te zien. Daarvoor moet het zonlicht door een stukje geslepen glas vallen. Bijvoorbeeld een prisma. Je ziet dan alle kleuren van de regenboog. In het gele zonlicht zitten dus ook andere kleuren verborgen. Als die verschillende kleuren bij elkaar worden gestopt, krijg je het gele licht van de zon. De kleuren kun je pas apart zien als we het zonlicht uit elkaar rafelen. Je ziet dan alle kleuren van de regenboog, zeiden we zojuist. Dat is niet zo gek. De regenboog ontstaat ook door het licht van de zon. Het zonlicht wordt door waterdruppeltjes uiteen gerafeld.
Hoe komt het nu dat zonlicht in een prisma uiteen valt in een aantal kleuren. Wel, lichtstralen van verschillende kleuren worden door het prisma allemaal een andere kant op gestuurd. WŠlke kant op, dat hangt af van de kleur.
We zeggen vaak: het hangt af van de golflengte.
Licht is een golfverschijnsel. De golfjes zijn vréselijk klein. Je kunt ze niet zien. Net als bij watergolven is de afstand tussen twee lichtgolfjes altijd gelijk. Die afstand heet de golflengte. De golflengte van licht is zéér klein. En iedere kleur heeft een aparte golflengte. Rood licht heeft een golflengte van 0,6 micrometer. Eén micrometer is het duizendste deel van een millimeter!. De golflengte van violet licht is nóg kleiner: 0.4 micrometer.
Soms kun je lichtgolven goed vergelijken met watergolven.
Maar er zijn ook grote verschillen. Watergolven hebben een bepaalde stof nodig (water) om te kunnen bestaan. Licht golven hebben geen stof nodig. Ze kunnen door het lucht ledige reizen. Alles wat nodig is, is electriciteit en magnetisme. En daar zorgen de lichtstralen zelf voor.
Omdat lichtgolven zich met elektriciteit en magnetisme voortbewegen, noemen we licht een elektromagnetische straling. Alle elektromagnetische straling heeft in het luchtledige dezelfde snelheid. Ongeveer 300.000 km/sec.
Behalve zichtbaar licht zijn er ook andere soorten licht, of, beter gezegd, andere soorten elektromagnetische straling. We kunnen ze alleen niet zien. Onze ogen zijn er niet gevoelig voor. Daarom hebben we het niet over licht maar over straling. Met speciale instrumenten zijn die soorten straling wŠl te zien.
Straling met een nòg kortere golflengte dan violet is het ultra-violet. Het is een gevaarlijk soort straling. De zon geeft ook ultraviolette straling (UV-straling). Het meeste er van wordt gelukkig door de dampkring van de aarde tegengehouden. Een beetje UV-straling komt toch nog op aarde terecht. Het zorgt er voor dat je bruin wordt als de zon schijnt. Als de dampkring niet zo veel UV-straling zou tegenhouden, zouden we allemaal snel verbrand zijn! Straling met een wat grotere golflengte dan rood licht is infra-rood. Deze straling is ongevaarlijk. Hij wordt uitgestraald door warme voorwerpen. Hoe heter een voorwerp is, hoe meer infrarode straling het gaat uitzenden. Infra rode straling wordt ook vaak IR-straling genoemd.
Behalve ultraviolette en infrarode straling zijn er nog meer soorten straling. Sommige met zéér korte golflengten, zoals röntgen- en gammastraling. Andere met lange golf lengten zoals radiostraling. Al deze soorten straling kunnen we niet zien. Ons oog is alleen gevoelig voor zichtbaar licht: violet, blauw, groen, geel, oranje en rood.
Toch gaat het eigenlijk om precies dezelfde soort straling als licht. Röntgen- en radiostraling en alle overige soorten straling bewegen door het heelal met behulp van elektriciteit en magnetisme. Het zijn allemaal bepaalde soorten elektro magnetische straling. Alle soorten straling bij elkaar noemen we het elektromagnetische spectrum.