Elongatie
De schijnbare afstand (in graden) van een planeet tot de zon noemen we elongatie. Een ander woord dat je soms tegen komt is hoekafstand. Staat een planeet ten westen van de zon, dan spreken we van westelijke elongatie. De planeet komt dan vóór de zon op. Bij oostelijke elongatie staat de planeet natuurlijk ten oosten van de zon. Hij gaat dan na de zon onder.
Ook de schijnbare afstand tussen een maantje en zijn planeet wordt elongatie genoemd. In sterrenkundige jaar boeken kun je soms de tijdstippen tegenkomen waarop heldere maantjes hun grootste westelijke of oostelijke elongatie bereiken. Het maantje staat dan, vanaf de aarde gezien, zo ver mogelijk ten westen of ten oosten van de planeet. Dat is het gunstigste moment om het maantje in je kijker te vinden. Nu hebben we immers het minste last van de veel grotere helderheid van de planeet. Zo kun je in een niet al te kleine kijker proberen enkele maantjes van Saturnus te vinden.